Ethiek

Synodeverslagen

Nieuwe artikelen
Signalen



Aanmelden GRATIS nieuwsbrief

Naam:
E-mail:



printen

mailen

Generale Synode Zwolle 2026 Impressie 7.3

 

D.J. Bolt

31-10-26

 

Aan het einde van de synodevergadering van 19 september jl. sprak preses ds. H.Sj. Wiersma een slotwoord dat we hier met toestemming in extenso laten volgen.

 


 

Slottoespraak Generale Synode Zwolle 2026

Ds. H.Sj. Wiersma

 

Geachte synodeleden, broeders en zusters belangstellenden, iedereen hier aanwezig.

 

Het was op vrijdagavond 8 mei dat wij hier in dit gebouw voor het eerst samenkwamen, voor de bidstond voor deze synode. Daar begon ons werk. Allereerst door op de knieën te gaan en ons neer te buigen voor onze God. Daar begint het ook echt mee. Bij de HEERE, die Zijn kinderen heeft hier op aarde. Die ook Zijn kinderen heeft hier in Nederland. Die hen hier aan elkaar geeft. Om Zijn gezin te vormen, concreet zichtbaar als zij samenkomen rondom Zijn Woord en aan Zijn tafel.

Eenheid is Zijn gave, en ook Zijn opdracht. Wij hebben dat met elkaar onderkend toen wij als twee kerkverbanden op 5 oktober 2024 besloten tot kerkelijke eenwording. Wij waren twee maar wisten ons geroepen om samen één te worden. Op de verdere zittingen van de gezamenlijke synodes in 2024 en begin 2025 hebben we geprobeerd ons huis samen in te richten. Hoe dat zou uitpakken legden we aan het einde van onze gezamenlijke synodevergadering voor de HEERE neer. We vroegen om Zijn leiding en Zijn zegen.

         En op 8 mei van dit jaar kwamen we dus weer samen, nu in de synode van Zwolle 2026. Ds A. Bas bepaalde ons in de bidstond bij het Woord van de HEERE in 1 Kon. 8: 10 en 11 onder het thema: De HEERE vult Zijn huis. Hij maakte dat concreet door ons de vraag te stellen: Vult de HEERE ook het huis dat wij gebouwd hebben? De HEERE woont daar waar Christus gevonden wordt. Ds. Bas bond ons op het hart om met ons synodewerk Christus te zoeken. Vervolgens hebben we de HEERE gebeden om wijsheid en de werking van Zijn Geest. Zo mochten wij ons synodewerk starten.

 

         De synode van Zwolle was de eerste nadat de synoden van DGK en GKN de fusie tussen beide kerkverbanden tot stand hadden gebracht. De eerste synode van de Gereformeerde Kerken. Hoe zou de inrichting van ons huis ervoor staan? Is het van de grond gekomen? Waar loopt het goed en waar moeten we wellicht wat bijsturen? Hebben de kerken elkaar gevonden in de tijd die verlopen is tot nu toe? Best wel spannende vragen, zo aan het begin.

Ik weet niet hoe het u vergaan is, maar wat ben ik verwonderd en dankbaar over hoe het is gegaan. De HEERE heeft ons gezegend met een bijzondere geestelijke eensgezindheid. Ik had er, eerlijk gezegd, wel een hard hoofd in, gezien mijn ervaring met de vergaderingen van de fusie-synoden. Er waren daar best wel verschillen. Verschillen in stijl, in gewoonten, soms ook in blikrichting. Ik had het gevoel dat tijdens de besprekingen de beide bloedgroepen bezig waren hun piketpaaltjes stevig neer te zetten. Al mochten we toen al bemerken dat we als het eenmaal tot besluiten kwam, er een grote mate van eensgezindheid was.

 

         Hoe zou dat nu gaan? Dat was de vraag waarmee ik naar deze synode kwam. Zouden de bloedgroepen nog zo duidelijk herkenbaar zijn? Ik moet u zeggen dat ik in mijn zorgen beschaamd ben. Vanaf het allereerste moment waren we samen één. Er was de duidelijke wil om vooruit te kijken en het huis verder in te richten.

En wat was er al een hoop werk gedaan. Dikke deputatenrapporten getuigden ervan. Nog voor de synode begon kregen we daar al een dik boekwerk over. Veel daarin waren voorstellen om de nadere inrichting van ons kerkverband verder vorm te geven. Zo namen we besluiten over ons Huishoudelijk Reglement om die aan te passen en werkbaar te maken voor de nieuwe situatie. Ook voorstellen met betrekking tot de Kerkorde passeerden om dezelfde reden de revue. We lijken daarmee de meeste puntjes wel op de i te hebben gezet.

Bij het samengaan van twee kerkverbanden is het ook noodzakelijk om naar besluiten in het verleden te kijken. Welke besluiten van voorgangers willen we beslist niet kwijtraken en welke besluiten behoeven aanpassing in verband met de situatie na de eenwording. Ook daar was door deputaten nauwkeurig naar gekeken en zo konden wij op grond daarvan ons kerkverband verder invulling geven.

 

Een hoogtepunt was wat mij betreft de buitenlanddagen, en ik denk dat velen van u dat ook zo hebben ervaren. Wat was het bemoedigend om elkaar te ontmoeten en te spreken. Broeders van ver, maar hun inbreng voelde zo vertrouwd en betrokken. Zij deden ons niet alleen de groeten van onze zusterkerken, maar gaven ons ook waardevolle inkijkjes in hun kerkelijke leven en deelden met ons adviezen over hoe zij met dezelfde onderwerpen als wij bezig zijn. Het zette ons in de ruimte van het grote geheel, Gods wereldomvattend werk in Zijn kerk en koninkrijk. Het hielp ons ook onze verschillen te relativeren. Je hoeft niet alles op precies dezelfde wijze te organiseren.

Onze buitenlandse gasten dachten met ons na over ons buitenlandbeleid en bijvoorbeeld ook over een gewenste uitbreiding van de gezangenbundel. Zij vertelden ons hoe zij daar zelf mee omgingen. Het hielp ons weer in onze besluitvorming daarover. Zo mochten we dankbaar terugkijken op twee bijzondere vergaderdagen. Wat mij bijzonder raakte, was hetgeen waarvan de broeder uit een van de buitenlandse zusterkerken ons deelgenoot maakte, van wat hij zag: “Ik zie hier”, zo zei hij, “zo sterk de Heilige Geest aan het werk in die steeds weer herhaalde hamerslag na een voorstel: aangenomen!” We waren net bezig geweest een heel pakket van voorstellen te behandelen. Ik dacht: dit moet saai zijn voor onze gasten. Maar zijn opmerking opende mijn ogen voor de werkelijkheid dat de HEERE ons in zo’n grote mate van eensgezindheid met elkaar aan het synodewerk had gezet. We kunnen onze God er niet genoeg om bedanken.

 

En we mochten echt een hoop werk verzetten. Niet alleen onze buitenlandse contacten kregen de aandacht, we kijken ook hier in ons eigen land om ons heen. En wat is het dan bemoedigend om te mogen ontdekken dat gereformeerde belijders met elkaar contact zoeken. En elkaar vinden. We reikten de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) van Capelle aan den IJssel en Urk de broederhand. We willen onze onderlinge contacten intensiveren door middel van kanselruil en ook samen met elkaar optrekken in ons zoeken naar eenheid met de Christelijke Gereformeerde Kerken (ook wel aangeduid als Rijnsburggroep) en de Hersteld Hervormde Kerk.

Minstens even belangrijk is het dat wij onze naasten niet vergeten. Zij wonen en werken om ons heen, dichterbij of verder weg. En hoe velen daarvan leven niet aan hun Schepper voorbij? Daarom hebben ook zending en evangelisatie onze aandacht. De deputaten Zending en Evangelisatie hebben geen gelukkige start gekend, doordat ze in mankracht zo’n beetje gehalveerd aan hun arbeid moesten beginnen. Desondanks is er veel werk door hen verzet. We zullen daar in de komende tijd op doorbouwen.

Bij al dit werk is uiteraard de verkondiging van het Woord van God van cruciaal belang. De HEERE spreekt Zijn Woord hier op aarde en schakelt daarbij Zijn dienaren in. We zijn dankbaar voor wat deputaten voor de Academie voor Gereformeerde Theologie mogen doen voor onze studenten die zich voorbereiden tot de Dienst des Woords.

Er zijn nog vele andere deputaatschappen aan het werk geweest. Het voert te ver om ze hier allemaal te noemen. Wij hebben ter synode mogen zien hoe zij allen getrouw hun opgedragen taken uitvoeren. In het huis van ons kerkverband is het mede door hen goed vertoeven.

 

We hebben de HEERE gebeden bij het begin van de inrichting van ons huis, we mogen nu, ruim anderhalf jaar later, zien hoe Hij het huis heeft gebouwd. We hebben niet tevergeefs gezwoegd (u begrijpt, ik verwijs naar Psalm 127). Zo mogen we het ook in de toekomst bij de HEERE neerleggen. Hij bevestige wat onze hand heeft opgevat (vgl. Psalm 90).

De HEERE, de Koning van de kerk, komt alle eer toe. Wat wij hebben gedaan, is maar mensenwerk. Hoe genadig is Hij dat Hij ons wilde gebruiken in Zijn dienst. Ieder met zijn eigen gaven, wijsheid en inbreng. Ik ben dankbaar voor de hulp, het inzicht en de krachten die Hij ons gaf. Ik dank u allen voor uw geduld met mij en de geestelijke eenheid die wij samen mochten ervaren. Ik dank mijn medemoderamenleden voor de fijne en constructieve manier van samenwerking. We hebben heel wat uren op teams bij elkaar gezeten. Met elkaar hebben we geprobeerd alles in goede banen te leiden. Het was goed u aan mijn zijde hebben.

Veel werk is het moderamen uit handen genomen door de brs. J.F. de Leeuw en J. W. Meijer. De synode is hen veel dank verschuldigd vanwege hun tomeloze inzet, accuratesse en wijze woorden. Het heeft ons zeer geholpen.

En mag ik hier ook nog zr. W. Koerhuis en haar team noemen. Zij zorgden er iedere keer maar weer voor dat we hier goed verzorgd en met plezier konden vergaderen. Niets was hen te veel. We hebben genoten van alles wat u ons daarin gaf.

 

Broeders, het wordt tijd om af te ronden. We zijn bijna klaar. Zo de HEERE het ons geeft zullen we nog één keer bijeenkomen voor een (gedeeltelijk) besloten zitting. De broeders die daarvoor nog aan het werk zullen zijn, wensen we sterkte en zegen. Dat wensen we ook toe aan deputaten die de komende jaren hun energie zullen geven aan het werk dat wacht. Laten zij en wij dat alles doen in biddend opzien naar de HEERE. Wij leven in Zijn ontferming. Moge Hij op ons zien met vriendelijke ogen. En ons Zijn zegen schenken.

 

Ik dank u.

 


 

Hierna zongen synode en aanwezigen Ps. 90: 1 en 8.