Generale Synode Zwolle 2026 Impressie 7.1
D.J. Bolt
03-10-26
De synodevergadering van 19 september jl. stond vrijwel geheel in het teken van 'kerkelijke financiën'. Dat is misschien niet het meest boeiende onderdeel van het synodewerk maar wel belangrijk. We voelen het immers in onze portemonnee! Maar vooral ook lagen vragen op tafel als wáár besteden we onze gelden aan, en hoe verdelen we onze financiën op een verantwoorde wijze. Het leverde belangwekkende besprekingen op.
We geven indrukken van de volgende zaken. De nummering van de paragrafen is van ons, tussen haakjes de nummering op synodeagenda.
1 – Acta (3)
De acta van de vergaderingen op 5,6 en 20 worden vastgesteld.
Een van de afgevaardigden kreeg nog gelegenheid m.b.t. wat op de vergadering van 6 juni werd besproken en besloten, een opmerking van deze strekking te maken:
We zijn dankbaar voor de ontwikkelingen rond Capelle aan den IJssel-Noord en Urk. Dat ons kerkverband eenheid gaat vormen met deze twee kerken.
Het ging toen ook over de kanselruil met deze kerken en we waren zo druk bezig met o.a. de positie van de emeriti uit deze kerken, dat we helemaal geen aandacht hebben gehad voor de praktijk van het voorgaan in deze twee kerken van predikanten buiten ons kerkverband. Volgens de beleving van ds J.R. Visser, die toen als deputaat aanwezig was, is dit wel gebeurd. Het wordt in ieder geval meegenomen in de gesprekken van onze deputaten met deze kerken. Ik zou graag zien dat het voorgaan van predikanten uit kerkverbanden waarmee wij geen eenheid vormen, wordt afgebouwd. En dat dit ook in de Acta wordt opgenomen.
De preses geeft deze, wat hij noemt 'cri de coeur' niet in bespreking maar deze zal wel in de acta worden opgenomen.
2 - Appelzaak (4)
De synode behandelt een appelzaak achter gesloten deuren.
3 - Zending en Evangelisatie - Z&E (5)
Deputaten: br. W. Dijkstra, ds. E. Heres, br. F.W. Velthuis
Synodecommissie 7: br. J. Bouwhuis, ds. C. van Dijk, ds. H.J. Visser
Preses ds. Wiersma constateert dat, ondanks dat het deputaatschap qua leden vanaf het begin meer dan gehalveerd werd, er toch veel werk is verzet.
In de uitgebreide intensieve bespreking gaat het m.n. om twee zaken:
- Financiële steun aan het Duitse Reformatisch Evangelisches Seminar (RTS), Heidelberg
- De inhoud van concept evangelisatiebrochure 'Wie zijn wij?'.
Het deputatenrapport wordt samen met het rapport van commissie 7 besproken. Daarbij komt ook nog een amendement ingediend door het moderamen aan de orde.
3.1 Financiële steun aan het RTS
Om de bespreking te begrijpen is enige kennis nodig van wat het RTS is. We hebben eerder daarover gepubliceerd, click hier. Nu een korte samenvatting[1]. En ook wat er voorafging aan deze bespreking.
Het RTS
Doel
Het RTS beschouwt zich als een theologisch opleidingscentrum in de geest van de Reformatie. Het RTS wil door haar werk bijdragen aan de vernieuwing en uitbreiding van de Kerk van Jezus Christus.
De studierichting
De hele studie bedoelt toe te rusten voor het predikambt, voor pastorale zorg in de kerk, en voor evangelisatie en zending in een seculiere, postmoderne omgeving. De cursus volgt een compleet en uitgebreid curriculum in de geest van de Reformatie. Bijbelse onderwerpen (inclusief oude talen) krijgen een hoge prioriteit, samen met systematische theologie en kerkgeschiedenis.
Praktische vaardigheden worden aangeleerd.
Grondslagen
Het onderwijs aan het RTS is gebaseerd op de Heilige Schrift en de volgende belijdenisgeschriften:
- Belijdenissen van de vroege kerk
- Luthers Kleine Catechismus (1529)
- Catechismus van Heidelberg (1563)
- De Nederlandse geloofsbelijdenis (1561)
alsmede
- Augsburgse Confessie (Confessio Augustana Variata, 1540)
- Geneefse Catechismus (1542)
- Tweede Helvetische Confessie (Confessio Helvetica posterior, 1564)
- Dordtse Leerregels (1619)
- Westminster Standards (1647)
Docenten
Dr. theol. V. E. d'Assonville
D'Assonville is directeur van het RTS.
Hij is predikant en zendeling van de Gereformeerde Kerk Postmasburg (GKSA, Zuid-Afraka) met de opdracht om systematische en historische theologie te doceren aan het RTS.
Prof. Dr. J.W. Maris
Emeritus predikant van de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK) in Nederland en emeritus hoogleraar dogmatiek aan de Theologische Universiteit Apeldoorn (TUA).
Prof. Dr. G. Kwakkel
Emeritus hoogleraar Oude Testament aan de Theologische Universiteit Utrecht/Kampen (Nederlandse Gereformeerde Kerken) en hoogleraar Oude Testament en Hebreeuws aan de Faculté Jean Calvin, Aix-en-Provence.
Dr. habil. Bernhard Kaiser
Kaiser is hoogleraar systematische theologie aan de Selye János Universiteit in Komárno en oprichter en directeur van het Instituts für Reformatorische Theologie. Hij was onder meer predikant van de Lutherse Kerk in Chili.
Drs. R. van der Wolf
Van der Wolf is predikant van de Gereformeerde Kerk in Hardenberg (GK) en parttime docent Praktische Theologie voor de theologiestudenten van de GK.
Drs. J.R. Visser
Visser is emeritus-predikant van de Gereformeerde Kerk in Amersfoort (GK). Hij is parttime docent ethiek en OT.
Yoshio Ozawa, M.Lit., M.Div., MA
Ozawa is docent Bijbelse talen (Grieks, Hebreeuws en Latijn).
Prof. Dr. Th. S. Hoffmann
Kerkelijke gegevens niet bekend.
Dr. Martin Emmrich
Emmrich is predikant van de Calvary Orthodox Presbyterian Church in La Mirada, Californië.
Geschiedenis
Relatie tussen GKN en RTS begon toen leden van GKN Hardenberg een rondgang langs de kerken deden om steun voor het instituut te verwerven. Deze ondersteuning is door de GKN-synode van 2018 geïnstitutionaliseerd met een opdracht aan de GKN Hardenberg om namens het kerkverband als 'steun verlenende kerk' op te treden.
De kerkenraad van deze kerk stelde daartoe een commissie in bestaande uit haar predikant en een drietal broeders (de 'Commissie Heidelberg').
Belangrijke taken waren, samengevat:
- Ouderhouden van contacten.
- Laten informeren over onderwijs, studenten, docenten, vorderingen, financiën.
- Toezicht op activiteiten van het RTS.
- Informeren van de kerken over het RTS.
- Mogelijkheden tot verdere samenwerking met de opleiding van GKN.
- Uitvoering van financiële steunverlening.
Wat dat laatste betreft, voor uitvoering van financiële steunverlening blijkt er inmiddels een quotum - een verplicht jaarlijks bedrag voor alle leden van de kerken – te zijn opgelegd.
Instructie aan deputaatschap Zending en Evangelisatie (Z&E)
Een vast quotum kan niet zomaar. Daarvoor is gedegen onderzoek naar het doel ervan en een relatie met de kerken nodig. Daarom kregen de deputaten Z&E de volgende instructie van de Generale Synode Groningen-Kornhorn 2024 waarvan m.n. de onderdelen d. en e. de relatie met het RTS betreffen. Kortheidshalve geven we alleen de instructies a-f weer, cursivering is van ons.
INSTRUCTIE
- De ontwikkelingen op missionair gebied bijhouden en daarover informatie verstrekken aan de kerkenraden
- De plaatselijke kerken, op verzoek, dienen bij de bezinning op, en de uitvoering van haar taak op het gebied van zending en evangelisatie
- Onderzoek doen naar toekomstige mogelijkheden om te komen tot het aantrekken van een betaalde kracht op het gebied van zending en evangelisatie
- In overleg met de commissie Heidelberg van de GK Harderberg invulling geven aan de taken en verplichtingen t.a.v. het RTS zoals opgedragen aan de steunverlenende kerk GK Hardenberg
- Onderzoek doen naar en de eerst volgende synode dienen met een voorstel hoe als kerken na 2026 om te gaan met de steunverlening aan het RTS en de voorwaarden die daaraan moeten worden gesteld.
- In overleg met deputaten DFB steeds voor drie jaar opstellen van een begroting en deze ter goedkeuring voorleggen aan de synode. Voor het uitvoeren van de opdrachten kunnen deputaten beschikken over de nodige financiële middelen via een door de synode vast te stellen en door DFB te innen quotum.….
Harderwijk, 8 februari 2025
Voorstel deputaten Z&E
Overeenkomstig hun opdracht boden de deputaten de huidige synode het volgende voorstel aan.
Het deputaatschap Zending en Evangelisatie stelt de synode voor te besluiten om met ingang van het jaar 2028 geen quotum aan de kerken meer op te leggen voor de financiële ondersteuning van het RTS. Het deputaatschap heeft daarvoor de volgende gronden:
- Het RTS valt niet onder rechtstreekse verantwoordelijkheid en toezicht van de Gereformeerde Kerken.
- Het RTS als opleidingsinstituut is, zowel voor haar inhoudelijke als haar financiële beleid, geen verantwoording schuldig aan het kerkverband van de Gereformeerde Kerken.
- De synode is niet in staat aan de plaatselijke kerken een adequate verantwoording af te leggen van de besteding van de quotumopbrengst.
Echter de synodecommissie 7 die het deputatenvoorstel moest beoordelen was het er niet mee eens en diende een tegenvoorstel in.
Tegenvoorstel commissie 7
De synodecommissie is van oordeel dat dit [deputatenvoorstel, djb] een vergaand besluit is, dat niet op een door de vorige synode gevraagd onderzoek is gebaseerd, en kwam daarom met het volgende tegenvoorstel.
Overwegende
- Dat het in instructie e gevraagde onderzoek niet heeft kunnen plaatsvinden;
- Dat ingrijpende wijzigingen in kerkelijk beleid niet zonder deugdelijk onderzoek kunnen plaatsvinden;
- Dat zowel deputaten AvGT als deputaten Z&E zich met het RTS bezighouden.
Besluit:
Aan deputaten Z&E te vragen om in afstemming met deputaten AvGT onderzoek te doen naar en de eerstvolgende synode te dienen met een voorstel hoe als kerken om te gaan met de steunverlening aan het RTS en de voorwaarden die daaraan moeten worden gesteld.
De gevolgde redenering is duidelijk. De deputaten hebben het opgedragen onderzoek niet kunnen uitvoeren. Immers vrijwel onmiddellijk na de benoeming van 7 deputaten Z&E in 2024, bedankten vier personen daarvoor, namelijk de vier leden van de vroegere commissie Heidelberg. En zo was het deputaatschap op dit punt vleugellam gemaakt en werd volgens de commissie het gevraagde onderzoek niet uitgevoerd.
Daarom, dat moet alsnog gebeuren en dus moet de steunverlening in elk geval met drie jaren verlengd worden tot en met het jaar waarop de volgende synode (2029) wordt gehouden. Daar kan dan de financiële steunverlening ter discussie komen. Als tenminste het gevraagde rapport dan wél zal zijn geleverd.
Moderamenamendement
In de voorbereiding van de bespreking op de synodedag van 19 september, diende het moderamen de avond tevoren nog een amendement in.
Overwegende:
- Dat het door de gezamenlijke synoden aan het deputaatschap Zending en Evangelisatie opgedragen onderzoek in zake het RTS niet heeft kunnen plaatsvinden;
- Dat ingrijpende wijzigingen in kerkelijk beleid niet zonder deugdelijk onderzoek kunnen plaatsvinden;
- Dat alvorens te besluiten hoe in de toekomst om te gaan met de steunverlening aan het RTS, het opgedragen onderzoek moet zijn afgerond;
- Dat de samenstelling van het deputaatschap Z&E, om het onderzoek te kunnen doen, daarop afgestemd zou moeten worden;
- Dat ook de deputaatschappen AvGT, BBK en DFB, zij het op verschillende manieren, betrokken zijn bij het RTS (opleiding, zusterkerkrelatie, financiële ondersteuning);
- Dat de deugdelijkheid en onafhankelijkheid van het onderzoek gebaat is bij een specifiek voor dit doel in te stellen deputaatschap, waarin naast een voorzitter/samenroeper een deputaat van AvGT, een deputaat van BBK en een deputaat van DFB zitting hebben.
Besluit:
- Een deputaatschap Onderzoek RTS (ORTS) in te stellen bestaande uit een voorzitter/samenroeper, een deputaat AvGT, een deputaat BBK en een deputaat DFB;
- Dit deputaatschap de volgende opdracht mee te geven: onderzoek te doen naar de steunverlening aan het RTS en de eerstvolgende synode te dienen met een voorstel hoe we als Gereformeerde Kerken na 2029 dienen om te gaan met de steunverlening aan het RTS en de voorwaarden die daaraan moeten worden gesteld;
- Bij het onderzoek te betrekken en rekening te houden met de bespreking respectievelijk besluitvorming in de gezamenlijke synode Groningen 2024 en Kornhorn 2024 (acta gezamenlijk deel artikel 25 en 35) en in de GS Zwolle 2026 (acta artikel 52 en artikel ..);
- Het deputaatschap Z&E te ontheffen van de opdracht voor het instellen van het bedoelde onderzoek;
- Het deputaatschap DFB op te dragen de financiële verplichtingen richting het RTS, namens het deputaatschap Z&E, tot de eerstvolgende synode uit te voeren;
- In het deputaatschap Onderzoek RTS te benoemen: …………….
Tot zover enige informatie ter inleiding op de volgende bespreking.
3.1 Bespreking wijze van steun aan het RTS
Deputaten Z&E, ds E. Heres
'Wij hebben in ons rapport uiting gegeven aan onze verbijstering over het feit dat de instantie die alle zaken m.b.t. het RTS behartigde, dat was de commissie Heidelberg, zich compleet heeft teruggetrokken. Daarmee strandde feitelijk het schip van dit door de vorige synode benoemde sámengestelde deputaatschap.
Wíj hebben het niet als onze taak gezien, om te onderzoeken waaróm de broeders van de Commissie Heidelberg zo gehandeld hebben. Het lijkt ons dat het voor de hand ligt dat de synode de reden voor dit handelen wél wil weten en ook dient te weten. Het is merkwaardig dat in het rapport van Commissie 7 daar verder geen aandacht aan wordt gegeven.
Het RTS is een project dat van GKN-zijde in meegebracht in de vereniging van de beide kerkverbanden van GKN en DGK. En dat is akkoord. Zo is het in de aanloop naar de vereniging van de beide kerkverbanden ook afgesproken. Maar ook staat vast dat ná de Vereniging besproken moet worden hoe het kerkverband vérder zou moeten gaan met de relatie tot en de steun aan het RTS.
En, preses, het mag dan zo zijn dat afreizen naar Heidelberg en een inhoudelijk onderzoek inzake het RTS, buiten ons vermogen viel, dat neemt niet weg dat we ons wel konden buigen over kerkelijke feiten die wél bekend zijn. Eén belangrijk bekend punt daarbij is dat er een hoog kerkelijk quotum wordt opgelegd aan de kerken, voor het RTS.
Tot een verplicht quotum is indertijd besloten door een synode van de GKN.
Maar sinds de vereniging is dit quotum opgelegd aan alle kerken dus ook aan de voorheen DGK kerken. Het gaat om een bedrag van in totaal 70.000,00 Euro per jaar.
We willen er op wijzen dat het RTS voor het DGK-deel, dat verenigd is in 2025, iets onbekends wás en eigenlijk nóg is. Onbekend bij vele broeders en zusters in verschillende plaatselijke kerken.
Ook zonder af te reizen naar Heidelberg, kan iedereen vaststellen dat het onderwijs dat aan het RTS wordt gegeven, niet valt onder de verantwoordelijkheid van de Gereformeerde Kerken. Er is geen officiële kerkelijke band met het RTS. Er is geen officieel kerkverbandelijk toezicht op de docenten en het onderwijs aan het instituut.
Wij hebben in ons rapport veel positieve woorden besteed aan het feit dat dit Reformatorische instituut er is. Maar dat neemt het bovenstaande niet weg. En dat betekent dat het opleggen van een verplicht quotum aan alle kerken onjuist is, principieel onjuist!
Wij hebben in ons rapport niet voor niets verwezen naar passages bij F.L. Rutgers, in zijn ‘Kerkelijke Adviezen’. Nu zijn kerkelijke adviezen niet bij voorbaat sacrosanct. Maar de inhoud van wat deze kerkrechtdeskundige schrijft is gewoon steekhoudend:
‘De meerdere vergaderingen moeten bij haar besluiten blijven binnen de kring van hun bevoegdheid. En daartoe behoort niet dat zij met dwingende macht gaven van christelijke liefde aan iemand mogen opleggen’.
Je kan wel aangeven hoeveel er nodig is voor het belangrijke doel en een moreel beroep doen op. Anders is het met de kosten voor het samenleven in het kerkverband, dat je samen bent aangegaan. Een verplicht quotum voor de eigen opleiding, voor de opleiding tot de dienst van het Woord, is terecht. Dat is kerkordelijk bepaald, artikel 18 KO.
Het RTS mag van ons veel liefde en steun ontvangen, maar geen verplicht opgelegd quotum. Dat is gewoon in strijd met de kerkorde (wie dat wél af wil dwingen wordt door F.L. Rutgers zelfs een 'socialist op kerkelijk gebied' genoemd …).
Het is ons bekend dat in een brief aan de synode wordt gesteld dat wat Z&E hier op tafel legt onontvankelijk verklaard zou moeten worden. Dat lijkt ons heel erg vreemd. Onze overwegingen en voorstel vallen juist exact onder Instructie 2 e (Hoe als kerken om te gaan met de steunverlening aan het RTS).
En beter ten halve gekeerd, dan ten hele gedwaald.
Het is beter dat wij dit nú aan de orde stellen dan dat er vanuit het kerkverband over drie jaar nog eens een revisieverzoek op tafel ligt, vanwege synodebesluiten die tegen de kerkorde ingaan. Bovendien zijn we dan 300.000,- Euro verder.
U moet zich goed realiseren dat er in ons kerkverband gemeenten zijn, die graag een fulltime predikant zouden willen beroepen, maar dat om financiële redenen niet kunnen. Dat er hulpbehoevende kerken zíjn of zullen kómen. Een gemeente die er financieel slecht aan toe is.
Commissie 7 vindt het niet gewenst dat er verbinding is tussen het stoppen van het kerkelijke quotum voor Heidelberg en missionaire activiteiten in eigen land.
Wij vinden dat onbegrijpelijk.
Een predikant die verbonden is aan een gemeente en die ook betaalde kracht wordt voor evangelisatiewerk, valt onder opzicht en tucht van een kerkenraad. Zijn werk valt onder het bepaalde in artikel 26 van de kerkorde. Hij wordt begeleid door het deputaatschap. Het opleggen van een quotum voor die kerkelijke deeltijdarbeid is volledig kerkordelijk gerechtvaardigd. In tegenstelling tot het opgelegde quotum voor Heidelberg.
Daar komt bij dat we berekend hebben dat een quotum voor een betaalde kracht in Nederland met een billijke omslag kan worden opgelegd. Opdracht was immers om onderzoek te doen naar de toekomstige mógelijkheden om te komen tot een betaalde kracht. Bij ‘mogelijkheden’ hebben wij juist óók gedacht aan de financiële draagkracht in ons kerkverband.
Voor de goede orde. Wij hebben niet voorgesteld de kerkelijke ondersteuning aan het RTS abrupt te stoppen. Bij het opstellen van ons rapport (dat was in februari 2026) hebben wij gedacht aan: met ingang van 2028. Dat zou aan het RTS de tijd geven zich daar op in te stellen. Maar vooral, dat zou voor het kerkverband betekenen dat er tijd is om aan uitvoerige informatie te doen in alle gemeente en aan actieve fondswerving.'
Commissie 7, ds, C. van Dijk
Het is duidelijk aangegeven waar de schoen wringt. Als commissie zijn wij niet terug gegaan achter het besluit van de vorige synode om de steun aan het RTS te geven. Dat staat voor ons niet ter discussie. Waar het nu om gaat, is, dat er wordt nagedacht hoe het gevraagde onderzoek alsnog zal worden gedaan omdat het is nog niet uitgevoerd.
We weten niet precies waarom niet, maar het is wel duidelijk dat de commissie Heidelberg het werk niet heeft opgepakt.
De commissie adviseert om woord te houden, in de zin dat dat onderzoek alsnog onder synodale verantwoordelijkheid plaatsvindt en wat wij als ondersteuning hebben toegezegd, gestand doen. Dat zijn wij verplicht. Wij achten het onethisch om nu te besluiten de steun te stoppen omdat het onderzoek niet heeft plaatsgevonden.
Het amendement van het synodemoderamen kan betrokken worden in het onderzoek. Dat onderzoek zelf staat niet er discussie want we hebben te maken met steun aan een opleiding die niet onder enige kerkelijk toezicht staat.
Bespreking Ronde 1
Het wordt als grote moeite ervaren dat benoemde leden in het deputaatschap Z&E met hun kennis van en contacten met het RTS allen bedankten, waardoor het gevraagde onderzoek niet heeft kunnen plaatsvinden. Maar is het verantwoord daarom de steun via een quotum te beëindigen?
Echter het vindt ook weerstand om dan het RTS maar zonder meer drie jaren langer met een quotum van €70.000/jaar te steunen.
Bovendien, zo wordt gesteld, er is toch wél een onderzoek geweest. De opdracht aan de deputaten om deze synode te dienen met een onderbouwd voorstel is immers wél uitgevoerd: er ligt een voorstel op de synodetafel. Daarin zijn de resultaten verwerkt van de vragen als: wat is de plaats van een quotum?; wat is de plaats van een instelling die niet onder toezicht van de kerken valt?; kun je voor zo'n instelling wel een quotum opleggen?
Ook de hoogte van het totale quotum van de GK - €115 /lid /jaar - waarvan dan €18 /lid /jaar bestemd is voor het RTS, wordt als 'echt heel hoog' ervaren. Ook als je het vergelijkt met andere kerkverbanden. Tegelijk wordt door het besluit van de vorige synode een morele verplichting gevoeld de gedane toezegging gestand te doen en ook de wens uitgesproken een 'betrouwbare financiële partner' te zijn.
Naast het deputatenvoorstel wordt er vanuit de vergadering nóg een alternatief/tussenweg voor een verplicht quotum voorgesteld. Zoals dat bijvoorbeeld gebeurt in de Gereformeerde Gemeenten voor goede doelen. Die leggen verplichte collectes op aan hun gemeenten. Zo zouden onze gemeenten per jaar standaard, mogelijk op dezelfde datum/data collectes (met voorbeden) kunnen worden gehouden voor het RTS. De opbrengst daarvan is niet van te voren te bepalen, die kan hoger of lager zijn dan de gewenste €70.000. Er is dan wel minder financiële zekerheid. Dat kan als lastig, moeilijk worden ervaren.
Maar het RTS heeft ook andere Nederlandse financiële bronnen (samen €126.000). Is daar mogelijk nog iets meer mee te doen?, zo wordt geopperd.
Deputaten Z&E, br. W. Dijkstra
In het financiële verslag van het RTS over 2025 is de bijdrage uit het buitenland €25.000 - 30.000. Echter die voor 2026 is nog slechts €5000. Hoe kan dit?
In het amendement van het moderamen (zie boven) wordt gevraagd om een onderzoek te doen. De vraag is: wat houdt dat nieuwe onderzoek in naast wat al door het deputaatschap Z&E is gedaan: onderzoek naar de financiële situatie, de organisatie van het RTS, leer en leven van de docenten? Ook naar studentenaantallen en waar afgestudeerden een plek (gemeente) vonden?
Hoe is het toezicht geregeld? Voor zover bekend is er geen enkele kerkelijke relatie, ook niet met de SERK[2]. Wel is er een bestuur met een interkerkelijke raad van toezicht. Maar hoe blijft zo in de toekomst het gereformeerde karakter van de opleiding gewaarborgd?
Commissie 7, ds. C. van Dijk
Als commissie hebben we ons beperkt tot het vast stellen dat een gevraagd onderzoek niet heeft plaatsgevonden. Dat schept de morele verplichting om het alsnog te doen.
We kunnen besluiten dat onderzoek heel anders in te steken of constateren dat deputaatschap Z&E het al heeft gedaan. Maar wij zijn ervan uitgegaan dat het onderzoek meer inhoudelijk richting het RTS zou moeten gaan. Als het geen kerkelijk instituut is kunnen we er ook geen kerkelijk quotum van maken. Maar dat had de vorige synode al kunnen zien. Wel ligt er nog steeds een morele verplichting om een bepaalde zekerheid te bieden aan het RTS.
Bespreking Ronde 2
Is de steun aan het RTS gehoor geven aan onze zendingsopdracht? Zo werd het in het verleden wel vaak voorgesteld. Maar daar zijn terecht vragen bij te stellen, zo wordt opgemerkt.
Verder, als we nú besluiten over te gaan vanaf een bepaalde datum tot fondsenwerving als taak van een kerkenraad, zou dat 'onverantwoord' zijn en onze betrouwbaarheid raken. Een overgang dient heel zorgvuldig te gebeuren.
Opnieuw wordt de vraag gesteld: wat is onze verantwoordelijkheid? T.a.v. het RTS maar ook t.a.v. de Woorddienst in onze eigen kerken. Kunnen we die wel overeind houden? Vallen er straks kleine gemeenten om omdat ze hun predikant niet meer kunnen onderhouden door deze hoge quota? Het vraagt beleid en vooruitzien, zodat niet straks ongewild de wal het schip moet keren.
Deputaten Z&E, ds. E. Heres
Is 'quotum beëindigen' onethisch? Dat zou het zijn als je het inderdaad heel abrupt zou stoppen en als er geen alternatief zou zijn. Dát stelt het deputaatschap ook niet voor. Voor dit goede doel hebben we nog een jaar de tijd, 2027, om heel wat te bedenken.
Het besluit vormt de eerste opstap. Deputaten bieden een alternatief. In deze vergadering werd ook nog een redelijk 'collecten-alternatief' geopperd.
Bovendien als het nu voor velen onbekende RTS voor het voetlicht wordt gehaald en getoond wordt dat op dit buitenlandse seminarie iets goeds gebeurt dan mag verwacht worden dat onze broeders en zusters hiervoor willen geven.
Verder, het gaat weldegelijk ook om de kerkorde. En dan is er geen tegenstelling
tussen kerkordelijk- en ethisch kerkzijn. Quotum heffen voor dit doel mág gewoon niet.
Bespreking Ronde 3
Er komen in deze ronde geen nieuwe aspecten aan de orde. Wel wordt er vanuit de vergadering op aangedrongen dat de tijd tot de volgende vergadering (28 november) wordt benut om met een weloverwogen voorstel komen waarin recht wordt gedaan aan de besprekingen tot dusver. Daarbij worden als ijkpunten genoemd:
- geen steun via een quotum
- we zetten ons in om de benodigde financiële steun te geven
- duidelijkheid over wat het RTS is waarom wij het steunen
Alternatieven om dit verwezenlijken zijn: een kerk aanwijzen die de financiële zorg op zich wil nemen; RTS als 'goed doel' plaatsen op de collecteroosters van de kerken.
Schorsing voor moderamen overleg
Na overleg stelt het moderamen de vergadering voor dat hij de synode gaat dienen met een voorstel waarin alle aspecten zoals in de vergadering naar voren kwamen, meegenomen worden alsmede een bezwaarschrift van br. C.A. Teunis m.b.t. de grondslag van het RTS.
De synode gaat hiermee akkoord.
3.2 Evangelisatiebrochure
Deputaten Z&E hebben een conceptbrochure gemaakt voor evangelisatie waarin de Gereformeerde Kerken worden gepresenteerd. De inhoud komt in bespreking, alsook of zo'n brochure officiële goedkeuring van de synode vergt.
Het concept leidt tot een intensieve en brede bespreking over kerk en kerk-zijn, over verhouding tot andere kerkgemeenschappen en onze plaats in de kerkgeschiedenis.
Bespreking
Wie zijn wij eigenlijk als kerken?, zo wordt ons gevraagd. En dat vragen de synodeleden ook aan elkaar.
Zijn we de wettige voortzetting van de GKv? Zijn we een kerkelijk noodverband, dat misschien zo spoedig mogelijk moet worden opgeheven? Zitten we niet nog midden in het proces van 'bij elkaar brengen'? Hoe moeten we precies kerk-zijn en ons presenteren naar buiten? En wat is eigenlijk het doel en de doelgroep van de brochure? Soms lijkt de inhoud op een les in kerkgeschiedenis, is dat uitnodigend? En kunnen we ons maar beter niet afzetten tegen anderen maar het hebben over wat we van onszelf vinden, wat onze kracht is?
Deputaten Z&E, ds. E. Heres
Afgelopen jaar bedachten de deputaten dat het goed zou zijn om in het kader van de evangelisatie een presentatie te hebben over wie de Gereformeerde Kerken zijn. Daarbij konden zij ook als voorbeeld een brochure van de GKv uit 1993, getiteld 'Waarom zijn wij vrijgemaakt?, gebruiken.
Het gaat er ook nu wel degelijk om onze kerkelijke positie te bepalen. Want er heerst grote verwarring in het kerkelijk leven in Nederland, zeker onder jonge mensen. Daarom is het heel goed om te markeren 'Wie zijn wij?'.
Deputaten vinden het prima als er aanpassingen van de tekst moeten plaats vinden. Maar de wijze waarop Commissie 7 in haar rapport commentaar levert wordt toch wel als schokkend ervaren. Deputaat ds. Heres verwoordt het zo:
'Dat de concept-brochure verbeteringen nodig heeft, dat er aan geschaafd wordt, dat is het punt niet. Vandaar ook ‘concept’ brochure. Ook over de vraag of er überhaupt een dergelijke brochure moet worden uitgeven, kan wat ons betreft vrijuit gediscussieerd worden. Maar, de wíjze waarop de inhoud van het concept door Commissie 7 wordt af geserveerd ervaren wij/ik als ronduit schokkend.
Dat de lijn van kerkreformatie en kerkherstel zoals die door heel de geschiedenis heen er geweest is, wordt doorgetrokken tot op de recente kerkgeschiedenis wordt ‘potsierlijk’ genoemd. Dat woord ‘potsierlijk’ heeft ons pijnlijk getroffen. Potsierlijk betekent: belachelijk, of lachwekkend.
Zijn de vrijmakingen en afscheidingen in de eerste decennia van de 21ste eeuw geen bevrijdingen die door de Hand van de HERE gewerkt zijn? Zeker, ze zijn veel kleinschaliger dan bijv. De Afscheiding van 1834. Als gevolg van de geslonken getallen in ons land, in afgelopen eeuw, is het allemaal veel kleinschaliger.
Maar het ‘uitgeleid worden’ uit een vervallen en ontrouw geworden instituut, door de Hand van de HERE, staat toch op hetzelfde niveau, waar we, ondanks het verdriet over het feit dat het nodig was, ook nog elke dag dankbaar voor zijn. Wie dat afdoet als ‘potsierlijk’, d.w.z. lachwekkend, die laadt schande op de Naam van de HERE. Oftewel die beledigt het werk van Zijn hand.
Waarom schrijven de leden van Commissie 7 zo? Waarom deze relativering van je eigen kerkkeus?
Het is niet waar dat de concept-brochure het jaartal 2003 ‘heilig verklaard’. Commissie 7 schrijft ten onrechte:
‘De suggestie die van de brochure uitgaat is dat de lijn van Christus’ kerk in Nederland exclusief uitloopt op de Gereformeerde Kerken. En exclusief de afslag van 2003 neemt’.
Dat is een suggestieve manier van weergeven. De letterlijke tekst luidt in de concept-brochure:
‘Om de betrouwbaarheid van Gods Woord vast te houden, zijn er verschillende perioden geweest van opnieuw hervormen of reformeren. Dat spoor liep na de grote Hervorming, via Afscheiding, Doleantie, hereniging, vrijmaking, naar opnieuw reformeren in 2003 en in de jaren die volgden tot op de dag van vandaag.
De kerkelijke stap uit de GKv/NGK werd gezet omdat de betrouwbaarheid en het gezag van de Bijbel in geding was.’
Zonder in kerkistisch vaarwater te komen is te hopen dat we wel samen zeggen, dat ons lidmaatschap van de Gereformeerde Kerken gehoor geven is aan de roepstem van Christus. Als dat niet zo is, als de artikelen 28 en 29 NGB niet van toepassing zijn op ons kerk-zijn vandaag, wat doen we hier dan? Laten we dan haastig stoppen met ‘kerkje spelen’.
Hebben díe broeders en zusters gelijk die zich na hun afscheid van de NGK rechtstreeks hebben aangesloten bij CGK of HHK? Wij menen dat wij terecht mogen zeggen dat wij, alleen door Gods genade, de voortzetting mogen zijn van de Gereformeerde Kerken, die in de vorige eeuw door de Vrijmaking zijn heengegaan.
Nee, een brochure hoeft er niet noodzakelijk te komen. En we geven formuleringen graag voor beter. Maar we betreuren het en vinden het zorgwekkend als we lezen dat Commissie 7 het verband van Gereformeerde Kerken liever neerzet als een 'voorlopig noodverband'.
Zeker, Gods kerk is altijd in aanbouw, tot aan de Jongste Dag (titel boek van C. Trimp). Maar is er vorig jaar een ‘voorlopig noodverband’ gevormd? Nee, wij mogen door Gods genade, na de vereniging van twee kleine kerkverbanden, dankbaar wettige kerk van Christus zijn.
In de kerkelijke wereld om ons heen floreert het pluriformiteitsdenken. Lees het ND.
Laten wij oppassen voor de kleine pluriformiteitsgedachte. De wijze waarop Commissie 7 schrijft, roept de gedachte op dat het niet zoveel uitmaakt van welke kerk in de bredere gereformeerde gezindte je lid bent.
Inderdaad, we zullen ons hoeden voor exclusivisme. Maar, als we menen dat we dat níet vrijmoedig moeten zeggen ‘Kom ga met ons en doe als wij’, dan verliest dit kerkverband per direct haar bestaansrecht. Wettig ‘kerk van Christus’ zijn, hééft iets exclusiefs, dat is waar en dat is ook de taal van onze belijdenis, in de artikelen 27 – 29 NGB.
Gelukkig zien we ook de dynamiek in het kerkvergaderend werk van Christus. De Heere kan door Zijn Geest wonderlijke beweging ten goede geven in kerkelijke groeperingen om ons heen. Met dankbaarheid zien wij de behoudende groep (Rijnsburg) in de CGK en we zijn dankbaar voor mooie ontwikkelingen bij de HHK. Via Deputaten Kerkelijke Eenheid volgen we die ontwikkelingen ook.
Maar het moet nog blijken hoe het daar straks zal staan met het waarachtig oecumenisch willen!....
Wij zijn van oordeel dat het goed is helderheid te verschaffen over onze kerkelijke positie. Dat probeert de concept-brochure te doen. Dat mag inderdaad ‘basisstof’ zijn in de uiterst verwarrende kerkelijke wereld van deze tijd. Zonder ook maar een klein beetje onszelf op de borst te kloppen. Daar hebben we totaal geen reden voor. Integendeel. Het is puur genade dat we zijn mogen die we zijn.
Commissie 7 pleit voor het uiting geven aan verlegenheid, verootmoediging en schuld belijden over de kerkelijke verdeeldheid. Dat zijn mooie begrippen. Maar het blijft vaag als je dan niet concreet aangeeft waarover we schuld moeten belijden. En niet meteen stappen zet op de weg van kerkelijke bekering. De HERE heeft geen behoefte aan krokodillentranen van verootmoediging.'
Commissie 7, ds. C. van Dijk
Wat onduidelijk is, is wat u wilt met deze brochure. Als evangelisatiebrochure heb ik echt wat moeite met de passages die gaan over rechtvaardiging van kerkelijke keuzes. Dan komt in mijn ogen het verkondigen van het Evangelie tekort. Ik steun dat wij op goede gronden de (meestal) GKV hebben verlaten en dat hebben ervaren als een uitleiding van de Heere. Maar dat is voor ieder een ander moment geweest en daarom is het niet zo wijs om expliciet 2003 te noemen. Daarover is ook verschil van taxatie. Als je later tot het besluit moest komen de GKv te verlaten dan betekent dat dat je niet overtuigd was dat het handelen in 2003 juist was. Dat is echt een verschil waar je mee zit. Moeten we dat niet gewoon accepteren van elkaar? En dankbaar zijn dat we niet meer bij de huidige NGK hoeven te horen en verantwoordelijkheid dragen daar, hoeveel pijn dat ook geeft nadat we zo lange tijd als broeders hebben samengewoond.
Wat het woord 'potsierlijk' betreft, dat neem ik graag terug.
Erkenning van 2003 als 'werk van de Heere' is voor mij moeilijk. Heb ik dan 21 jaar in zonde geleefd? Dat geloof ik niet. Het is ook nooit van mij geëist.
Vanuit de afgevaardigden wordt de bespreking die verder gaat dan de brochure op zich, gewaardeerd. Is er niet een grote 'vrijmakende beweging' van 2003 tot nu toe geweest? Die gaat nog steeds door, denk aan Urk en Capelle aan den IJssel. Het is wel lastig om dat zo te verwoorden zodat het goed overkomt wie wij zijn.
De vraag is overigens of zo'n brochure kerkelijk 'geijkt' moet worden.
Het maakt ook groot verschil wie bereikt moet worden met zo'n brochure. Denk bijvoorbeeld aan verschil tussen belangstellende uit de RK of de GerGem. Het gesprek met eersten zal eerder aan de hand van de Catechismus zinvol zijn, terwijl de laatsten met een brochure als van Z&E meer baat hebben. Dan zul je willen spreken over de betekenis van de kerkstrijd van 1834 tot 1944, tot 2003 en volgende jaren, over het functioneren van de belijdenis.
We moeten er oog voor hebben dat er heel verschillende doelgroepen zijn in het evangelisatiewerk. Het gaat niet alleen om het bereiken van verontrusten.
Deputaten Z&E, ds. E. Heres
De brochure heeft een bepaald doel namelijk duidelijk te maken wie dat zijn die Gereformeerde Kerken. Natuurlijk hebben we ook aandacht voor evangeliseren. Zo hebben we het boekje 'Kennismaken met de God van de Bijbel' van collega F.J. Bijzet positief aanbevolen. Evangeliseren, dat is het allereerste. Maar deze brochure gaat specifiek over 'wie zijn we als kerken'.
Het is goed om met elkaar over deze zaken inhoudelijk door te spreken, ook ter ondersteuning van deputaatschappen als Z&E en DKE. En dat de ogen van de synode erover gaan. Er is geen bezwaar tegen om te spreken over 'vrijmaking vanaf 2003'. We moeten niemand verplichten daar hetzelfde over te denken.
Deputaten Z&E, br. F.W. Velthuis
Deze brochure maken is niet het enige dat we gedaan. We hebben ook de brochure 'Zit ik in de goede kerk?' geschreven, een Bijbelcursus pasklaar gemaakt die gebruikt kan worden voor belangstellenden. Zoals eerder genoemd, heeft ds. Heres een recensie geschreven over het nieuwe boekje van ds. Bijzet ‘Kennismaking met de God van de Bijbel’. We hebben het ook gebruikt bij informatieavonden die we de afgelopen jaren hebben georganiseerd in plaatselijke kerken. Daarnaast zijn we nog bezig met andere zaken op het gebied van evangelisatie.
Commissie 7, ds. C. van Dijk
Ik wil dank uitspreken voor dit gesprek. Als formuleringen van de commissie kwetsend zijn overgekomen, dan spijt ons dat.
Ik vind het belangrijk dat we ook iets van kerkelijke verlegenheid, van niet weten hoe het allemaal zit, mogen laten blijken. Als iemand uit de wereld tot geloof komt en zijn weg moet vinden in een verwarrende wereld, hoe ben je dan wervend op de goede manier? Als iemand christen wil worden en de weg moet vinden in een situatie die 'een rokende puinhoop' is? Dat aspect zou meer aandacht mogen krijgen.
Hiermee werden op deze dag de besprekingen van het werk van het deputaatschap Z&E beëindigd. De steunverlening aan het RTS komt opnieuw aan de orde op 28 november a.s. DV, op basis van een voorstel dat het moderamen zal maken.
Wordt vervolgd
[1] Voor het laatst geraadpleegd op 28-09-26.
[2] In het docentenoverzicht mist op dit moment ook de naam van ds. S. Heck van de SERK.